Toekomst voor technisch talent

TechOost-partner: TechForFuture

TechForFuture werd opgericht om toegepast onderzoek met de (maak)-industrie te verbinden. Met succes, want steeds meer bedrijven werken in langlopende programma’s samen met de hogescholen Saxion en Windesheim aan concrete technische innovaties. In de projecten vindt kenniscirculatie plaats en werken studenten in proeftuin, Fieldlab of living lab aan nieuwe ontwikkelingen om bedrijven vooruit te helpen. TechOost zorgt nu voor verbreding, dankzij de inbreng van het MBO en de aandacht voor sociale innovatie.

In TechOost hebben vijf Pps’en (publiek-private samenwerkingen) de handen ineengeslagen om, samen met het onderwijs- en werkveld, een duurzame, technische arbeidsmarkt in Oost-Nederland te behouden. Samen investeren ze in kennisintensief en praktijkgericht opleiden, aansluitend bij het regionale thema Smart Industry en de grote uitdagingen van energietransitie en circulariteit. Het ecosysteem TechOost werkt in concrete projecten vraaggestuurd samen met het bedrijfsleven. Financiering komt uit het Nationaal Groeifonds via het programma ‘Opschaling van publiek-private samenwerkingen in het beroepsonderwijs’. TechForFuture is een van de partners in TechOost.

Langdurige publiek-private samenwerking

TechForFuture (TFF) werd in 2013 opgericht als Centre of Expertise voor praktijkgericht onderzoek in High Tech Systems and Materials (HTSM). Doel van TFF was en is om samen met onderzoekers en studenten van Saxion en Windesheim onderzoek te doen naar sleuteltechnologieën die breed inzetbaar zijn om nieuwe oplossingen voor het bedrijfsleven en de maatschappij mogelijk te maken. Hogescholen waren al een tijdje bezig met onderzoek, vertelt TFF-directeur Alexander Jansen. “Er was behoefte om daar vraagsturing aan te geven, zodat het onderzoek voor de buitenwereld meerwaarde had. Onze drijfveer is altijd geweest om via publiek-private samenwerking die externe sturing erin te brengen. Dat hebben we succesvol gedaan en doen we nog steeds. Om te zorgen dat het door bleef gaan, wilden we onafhankelijk worden van incidentele subsidies. Daarom zijn we in langjarige programma’s gestapt.” Jansen noemt een paar voorbeelden. Zo is een L.INT-lectoraat (lectorpositie bij een instituut) opgezet met ruimteonderzoeksinstituut SRON. Vanuit het landelijke SPRONG-programma (Stimuleren van PRaktijkgerichte OnderzoeksGroepen) is de Researchgroup for Digital Driven Manufacturing gestart; de looptijd daarvan is recent met vier jaar verlengd. Verder is TFF met de hogescholen sterk vertegenwoordigd in de European Digital Innovation Hub BOOST Robotics (EDIH). “En we zitten nu met TechOost in een Groeifonds-programma.”

Demonstrators

Het succes van TFF is volgens Jansen aan meerdere factoren te danken. De eerste is de sterke band met de industrie in de regio. “Al generaties lang wordt die gevoed met technisch opgeleide mensen en de innovatie die zij meenemen vanuit de Hts’en, later de hogescholen. We zien de verbindingen met de regio alleen maar sterker worden. Bedrijven willen hun vragen neerleggen bij de hogescholen. Studenten leren daar niet meer in ouderwetse practica, maar in fieldlabs, of hoe je die experimenteer omgeving ook wilt noemen waar echte opdrachten vanuit het bedrijfsleven kunnen worden uitgevoerd. Dat is het mooie van techniek. Je kunt relatief makkelijk demonstrators maken en daarmee laten zien wat de impact van een onderzoeksproject is. Je levert geen rapport maar iets fysieks op en dat spreekt natuurlijk aan. Daar komt bij dat de ontwikkeling van technologie wel heel erg hard gaat. Alles is tegenwoordig verbonden met het internet en is enorm geavanceerd. Daar moeten we alle studenten in hun studie natuurlijk goed mee in aanraking brengen en bedrijven willen daar graag hun aandeel in hebben. Daarom is het voor ons als TFF belangrijk om die samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven te intensiveren. De vraag is intussen vele malen groter dan we aankunnen, maar het is wel de bedoeling dat we ook de kleinere Mkb’ers in die hele ontwikkeling van technologie, data en automatisering meenemen. Tegelijk zien we dat ook grote bedrijven in de regio, zoals VDL en Sensata, ons hebben weten te vinden.”

Kenniscirculatie

Zo draait het bij TFF om kenniscirculatie. “We proberen eerst laagdrempelig veel bedrijven te bereiken, met sessies over nieuwe ontwikkelingen. Daarmee willen we de vraagarticulatie opstarten, die we verder kunnen uitwerken in workshops. Van daaruit trachten we naar een ‘test before invest’-situatie te komen en dan is de volgende stap een project waarin een specifieke technische innovatie wordt uitgewerkt. Zo genereren we kennis met de bedrijven in co-makership en zorgen we dat die kennis gaat circuleren. Daar kunnen weer nieuwe vragen uit voortkomen zoals: Wat kunnen we met AI en vision doen, bijvoorbeeld?. We organiseren daar dan weer workshops over, die leiden tot kleine trajecten en die proberen we weer tot grotere projecten op te werken. Voorwaarde daarbij is dat ook de component onderwijs erin zit. We doen ons onderzoek namelijk om het onderwijs te versterken met nieuwe kennis. Nadat studenten in de eerste jaren de basiskennis van hun vak hebben opgedaan, maken ze de stap naar toepassingen om hun kennis verder te ontwikkelen. Dat gebeurt in de projecten met opdrachten waarin ze worden uitgedaagd om na te denken over de beste oplossing voor een bedrijf of situatie. Dat is een continu proces want met de snelle ontwikkeling van technologie veroudert juist toegepaste kennis heel snel. Als we zo projectmatig kennis ontwikkelen in co-makership met studenten èn docentonderzoekers èn medewerkers van bedrijven is dat de meerwaarde voor de kenniseconomie in Nederland.”

Commitment

Als belangrijke factor noemt Jansen ook het commitment dat TFF vraagt van deelnemende bedrijven. “Wij brengen twintig procent van de projectkosten in rekening bij bedrijven. Dat zie ik elders in Nederland nog weinig gebeuren. Het gaat niet zozeer om dat geld, het is geen substantiële derde geldstroom, maar om het commitment. Als je met een bedrijf wil meedoen en 25 mille moet inleggen, moet je een goed plan hebben, anders krijg je van je directeur de vraag ‘waarom zouden wij meebetalen aan dit onderzoek?’ Dus moet heel helder zijn wat het onderzoek beoogt en daar heb je een goed projectplan voor nodig, zodat elke consortiumpartner begrijpt welk probleem je verwacht te kunnen oplossen. Pas dan heeft het bedrijf een duidelijke businesscase. Het eenvoudigste voorbeeld vind ik altijd nog optimalisatie in de kunststofindustrie. Door het beschikbaar komen van goedkopere rekenkracht kunnen we nu simulaties uitvoeren en daarmee het fingerspitzengefühl van de operator aanvullen om materiaalbesparing te realiseren. Dat lijkt per product marginaal, maar op een jaarproductie resulteert dat in enorm veel energie- en grondstofbesparing. Dit geldt natuurlijk ook bij andere bedrijven en voor andere innovaties. Inspiratie en kennisdeling zijn interessant om mensen te laten zien wat er allemaal kan. Maar als ze vervolgstappen willen zetten, wordt het commitment toch een stuk groter als ze voor zichzelf scherp hebben wat eruit moet komen. Dat is de kunst. Als we vanuit EDIH bijvoorbeeld een assessment doen bij een bedrijf, willen ze wat doen aan personeel, digitalisering en kwaliteitsverbetering en willen ze hun productie beter voorspelbaar maken. Kortom, ze willen alles doen. Het gaat erom dat te kanaliseren naar kansen en concrete businesscases: we gaan dit aanpakken, want we verwachten daarmee efficiency, kwaliteitsverbetering of kostenreductie te bewerkstelligen.”

Arbeidsmarkt

Maar wat voegt TechOost nu toe aan dit succesverhaal? Jansen: “TechOost is er om twee redenen en de eerste is de arbeidsmarkt in de regio. Die willen we helpen. Doordat de instroom van technisch opgeleide mensen afneemt, gaat het niet meer puur om technische innovatie. Je kunt wel automatiseren, maar voorwaarde is wel dat je mensen daarmee overweg kunnen; ze moeten bijvoorbeeld de aansturing kunnen (her)programmeren. Daarom is sociale innovatie ook belangrijk. Als je dat weet kun je de automatisering op je mensen afstemmen en hun leren daarmee om te gaan. Automatisering wordt een bottleneck als je het niet kan aanpassen, dat willen we met TechOost oppakken. Als TechForFuture zouden we bijvoorbeeld niet zo snel iets doen in de logistiek met z’n vaak volledig geautomatiseerde warehouses. Maar die sector kent ook nog fysiek zwaar werk en kan daar geen mensen voor vinden. Dus komen ze bij ons voor werkdrukverlagende oplossingen. Een andere uitdaging is de vergrijzing. Veel medewerkers gaan met pensioen en de kennis zit vaak in hun hoofd en nog niet in systemen. Bedrijven moeten zorgen dat deze kennis op tijd wordt overdragen, anders worden ze kwetsbaar. De vraag die we in TechOost oppakken is hoe de kennis in een bedrijf blijft.”

Samenwerking

De tweede bestaansreden is de samenwerking; de kracht van TechOost zit ’m in de verschillende invalshoeken van de partners, aldus Jansen. “Als we de sterktes combineren, krijgen we nieuwe dingen. Heel belangrijk vind ik de samenwerking WO-HBO-MBO-VMBO. We lossen de problemen van Nederland niet alleen theoretisch op, we hebben de wereld van de toegepaste techniek hard nodig, en die begint al op het MBO of eigenlijk het VMBO. Binnen TechOost verbinden we die onderwijsinstellingen met elkaar net zoals in het bedrijfsleven gebruikelijk is waar meestal een waaier aan opleidingsniveaus vertegenwoordigd zijn. Maar in die samenwerking kunnen we nog wel stappen zetten. Zo is het MBO nu nog voornamelijk (proces-) gericht op eindkwalificaties, alle mensen zijn ingeroosterd voor onderwijs en de ruimte voor onderzoek is bescheiden. In TechOost zien we het enthousiasme van (V)MBO-studenten als zij in aanraking komen met authentieke leeromgevingen en bedrijfsproblemen zoals bijvoorbeeld bij het House of Skills (leeromgeving voor de procesindustrie in Almelo, van Process Your Future, red.). Zo is het ook op het HBO begonnen, maar naast het procesgerichte onderwijs hebben we projectmatig onderzoek geïntroduceerd. We zien intussen allemaal de noodzaak van onderzoek. Financieel heeft dat een impuls gekregen van SIA (regieorgaan voor praktijkgericht onderzoek van hogescholen, red.), nu loopt dat via NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, red.). Met een aantal groepen weten we nu ook Europese financiering te vinden.”

Versnippering

Wat volgens Jansen nog achterblijft, is de samenwerking met toegepast-onderzoeksorganisaties als TNO. “Die opereren vaak nog zonder ons en focussen op universiteiten. Maar je zou willen dat ze juist meer in de toegepaste wereld van het HBO doen. TNO staat voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek, maar het MKB in de maakindustrie kan moeilijk aansluiten door het prijsniveau van TNO die gepaard gaat met de geavanceerde infrastructuur die zij hebben.” Ook de samenwerking met partijen als Novel-T en Kennispoort (innovatie-accelerators in Enschede en Zwolle), RCT Gelderland (Regionaal Centrum voor Technologie) en regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NL kan verder ontwikkeld worden. “Er zijn veel losse initiatieven, laten we ze integreren, daarmee haal je de versnippering eruit. Het is een weg te gaan om elkaars taal te leren spreken en ervoor te zorgen dat iedereen ook de toegepaste rol van het MBO en HBO ziet. Gelukkig weten we elkaar steeds beter te vinden en dat is mede aan TechOost en EDIH programma’s te danken.”

Experimenteerruimte

In de loop der jaren is de zichtbaarheid van HBO-onderzoek in het algemeen en TechForFuture in het bijzonder wel gegroeid, constateert Jansen tevreden. “Tegenwoordig worden we niet meer op het laatste moment bij grote onderzoeksprojecten gevraagd, maar zijn we ook penvoerder of onderzoekspartner. Het is een goede ontwikkeling, dat we ons in Nederland juist niet alleen op theoretische opleidingen richten. De wereld heeft naast Einsteins ook Edisons nodig.” Hij verwijst daarmee naar de Amerikaanse uitvinder die onder meer werkte aan de gloeilamp, de telegraaf en de fonograaf. “In landen om ons heen zijn het WO en HBO meer gelijkwaardig. Als je de praktische, toegepaste studenten de experimentele omgeving en de spullen geeft , komen ze met een ongelooflijke snelheid tot nieuwe oplossingen. Daar zitten bedrijven op te wachten.” Dankzij TechOost wordt die drive en impact alleen maar groter.

 

Foto’s: Arjan Reef